DROMEN VAN KANSEN
Deze maand begint voor christenen de 40-dagen tijd, de Lijdenstijd.
Mijn gedachten gaan naar een bijzondere ontmoeting in de Franse stad Calais.

We staan met de camper in de haven van Calais en pakken de fiets om rond te kijken. Dan zien we tentjes onder de overkapping van een leegstaand gebouw staan. Ook achteraf in een park en onder de luifel van een kerkgebouw. Zwarte mannen en ook enkele vrouwen en kinderen slenteren rond. Ze hebben een lange en zware reis achter de rug. De uitzichtloosheid van hun eigen land zijn ze ontvlucht. Met geld van de hele familie is via een mensensmokkelaar een plek gekocht op een bootje, in een laadbak van een vrachtauto, tussen de goederen in een trein of in een lege tank. 'Het is de enige kans om uit de kansloze cirkel van uitzichtloosheid te breken' zegt een jonge man. 'Veel mensen hebben de vlucht niet overleefd, maar wij gelukkig wel.' 'Gelooft u', vraagt een ander in het Engels. Wanneer ik knik, legt hij zijn handen in mijn handen. Als Moslim en Christen brengen we samen bij God/Allah wat zwaar is en vragen om dat wat hij en de anderen elke dag nodig hebben om het vol te houden. "Inshallah', zucht hij mij toe, Gods vrede zij met u. Ik leg mijn hand op zijn hoofd met de hartenwens en gebed: 'Be blessed bij the Lord'.
Sommigen gesluierde en ongesluierde vrouwen en kinderen zijn gewond geraakt en halen hun schouders op, het zij zo. Ze kijken me warm aan als ik bij hen ga zitten en hun ogen vragen om hetzelfde rijke cadeau: de handen samen en de zegen van God.
Ze zijn dichtbij het land van het dromen, Engeland met eerlijke toekomstkansen. Een tweede droom is dat later ook hun gezin of ouders bij hen kan komen wonen.
Voorlopig bivakkeren ze in tentjes of slapen buiten weggedoken in een jas of deken. Iemand van de kerk brengt een tas vol stokbroden en een emmer met water waar bekentjes aan hangen. De grauwe gezichten lichten op.
De vertrekhaven van Calais is dichtbij. Het wemelt van bewaking die clandestiene reizigers moet herkennen en weg sturen. Elke avond en nacht proberen ze het opnieuw. 'Want een weg terug is er niet na al het geld voor de kosten wat onze familie bij elkaar heeft gesprokkeld voor onze vlucht', verzucht een vrouw. Doodgaan of het halen is hun motto.
Door de nieuwe hoge afrastering moeten ze verder zoeken naar andere landen.
Ben ik naef als ik mij afvraag waarom het vele ontwikkelingswerk blijkbaar niet voldoende kansen kan creren voor mensen in hun thuislanden, zodat deze bedroevende en beschamende werkelijkheid kan stoppen. Waar blijven al die miljarden en hoe werden ze ingezet? En in wiens belang? Het probleem ligt volgens mij niet bij de mensen die dromen van kansen die onbereikbaar zijn in hun eigen land. Mensensmokkelaars buiten de dromen van kansloze mensen uit. Eenmaal in Europa blijken de dromen van de meesten in duigen te vallen. Ik droom van ontwikkelingssteun waar mensen binnen hun cultuur en situatie mee uit de voeten kunnen en niet meer weg gesmokkeld hoeven te worden om hun droom te realiseren.

Corry Nicolay is PKN predikant interreligieuze communicatie.
Bovendien is ze voorzitter van de stichting 'Studenten en Musahar Project Nepal (SMPN)
wat samen met de Nepalezen ontwikkelingswerk verzorgt voor kansarme jongeren en kinderen.