Twee zonen van Abraham.
Dit jaar valt de Ramadan in juni, een maand van bezinning en vasten voor moslims.
Als bestuurslid van de stichting Trioloog (joden, christenen, moslims) ontving ik dit
bijzondere lied met toelichting.

Jan Roelof Nienhuis werd geraakt door het verhaal in de Bijbel en Koran over Hagar in de woestijn en de ontmoeting met God. Hij schrijft een lied op de melodie van Gezang 487 uit het Liedboek van 1973 ďDe Heer heeft mij gezien en onverwachtĒ. Dit lied is niet teruggekeerd in Liedboek 2013. Het lied gaat over Genesis 16:14, de put Lachai RoÔ: de bron voor de Levende, die mij gezien heeft. De zwangere slavin van Abram doolt dorstig rond in de woestijn, waarheen ze verbannen is door haar meesteres Sara. De Eeuwige ziet haar en redt haar. In Genesis 17:20 wordt een profetie over haar zoon IsmaŽl gedaan: hij zal een groot volk worden. In Genesis 21:8-21 wordt Hagar voor de tweede keer verbannen uit Abrahams huis, nu samen met haar 16-jarige zoon IsmaŽl. Wanhopig zoekt Hagar water in de woestijn voor haar bijna stervende zoon. Rennend van heuvel naar heuvel. Ook dan ziet God naar hen om en verzekert hen van een toekomst. In de Koran staat dat dit vervuld wordt doordat ze wonen bij Mekka, waar Hagar begraven zou zijn. Daarom hoort bij de pelgrimage naar Mekka en de Kašba, de rite van het heen en weer rennen tussen de heuvels Safa en Marwa, wat herinnert aan Hagar en IsmaŽl hun nood en hun redding.

De Heer heeft ons gezien.

De Heer heeft ons gezien en onverwacht
heeft Hij mijn zoon en mij weer hoop gegeven.
In de woestijnen waren wij versmacht
en gaf de Heer aan ons een bron ten leven.
Hij deed ons wonen in een vruchtbaar dal
en deed ons wonderbaarlijk overleven.

Want Abram had hem IsmaŽl genoemd:
God zal je in de nood blijven verhoren.
God maakt ook hem eens wereld wijd beroemd
en door Gods redding zal hij zijn herboren.
Moeder en zoon, verbonden door hun God;
een teken door de hemel uitverkoren.

En na de dood van Sara riep hij mij
Abraham nam mij terug en aan zijn zijde
Nu als bij Sara keert voor mij het tij:
God wist mij weer met zonen te verblijden.
Zes in getal, God doet zijn woord gestand;
zo was het immers, wat Hij mij ooit zeide.

En Izašk, de langverwachte zoon,
is later echt een broer voor ons geworden.
Ging immers wonen nabij Lachai RoÔ
en wilde zo zijn mededogen tonen.
Slachtoffer zijn, hij wist het, eens voor goed
en van ťťn vader waren zij de zonen.

En IsmaŽl en Izašk waren daar
om Abraham hun vader te begraven
die ere-plicht, zij deden 't met elkaar,
de zonen, zo verschillend in hun gaven.
Maar trots op dit: een kind van hem te zijn:
aan hun verhaal zal iedereen zich laven.

Dit lied kan bijdragen aan nieuwsgierigheid over en weer tussen christenen en moslims. Lees het lied samen als christenen en moslims, zoek het verhaal op in de Bijbel en vraag moslims naar het verhaal in de Koran. Vertrouw daarbij op Lachai RoÔ, de bron voor en van de Levende die ons ziet. Die ons te 'drinken' geeft om de echte dorst naar elkaars geloof te lessen. Ervaar hoe hierdoor het eigen christelijke geloof verijkt wordt en nog meer kleur krijgt.

Gods Vrede, Salaam gewenst van Corry Nicolay